Leidse Schaakbond (LSB)
Reglement voor het Kampioenschap van de Middelbare Scholen
Artikel 1
Dit reglement geldt voor het jaarlijks te organiseren kampioenschap van de
middelbare scholen van de LSB.
Er wordt gespeeld in de volgende categorieën:
- Onderbouw (klassen 1 en 2)
- Klassen 1 t/m 6. Dit kampioenschap wordt gespeeld, afhankelijk van het
aantal deelnemende scholen, in een halve competitie dan wel volgens het
Zwitsers Systeem.
Artikel 2
Dit kampioenschap geldt tevens als voorronde voor het landelijke
kampioenschap.
Artikel 3
Ieder team telt vier spelers.
Per team dienen de namen (voor- en achternaam) en klas van deze spelers en de
eventuele reserves voor aanvang van de eerste wedstrijd schriftelijk bij de
wedstrijdleiding te worden ingediend.
Tevens dient de volgorde van de speelsterkte van de aangemelde spelers te worden
opgegeven. De spelers mogen slechts in de aangegeven volgorde van speelsterkte
in het team opgesteld worden.
Het totaal aantal aangemelde spelers per team moet in principe groot genoeg zijn
om bij alle eventualiteiten voldoende spelers beschikbaar te hebben.
Artikel 4
Spelers en/of reserves die aangemeld zijn voor lagere teams mogen invallen
in hogere teams. Als lager geldt een tweede team ten opzichte van een eerste,
terwijl een team uit de klasse 1 lager wordt geacht dan een team uit de klasse 2.
Het opstellen van een speler die ten onrechte aan de wedstrijd heeft
deelgenomen, c.q. ten onrechte aan een lager bord heeft gespeeld dan volgens de
volgorde van speelsterkte bepaald was, heeft tot gevolg dat de partij van die
spelers verloren verklaard wordt.
Artikel 5
Elk jaar stelt de jeugdcommissie van de LSB tenminste zes weken voor aanvang
van de teamkampioenschappen vast:
- de plaats waar en de data waarop gespeeld zal worden; met het oog op de
landelijke kampioenschappen voor de middelbare scholen moet de competitie
plaatsvinden voor 1 april.
- de uiterste datum waarop aanmelding plaats kan vinden; behoudens
bijzondere omstandigheden ligt die datum drie dagen voor de (eerste)
speeldag.
- de opzet en het aantal ronden.
- de wedstrijdleider.
Artikel 6
De wedstrijdleider wordt aangewezen door de jeugdcommissie van de LSB. De
wedstrijdleider heeft de bevoegdheid zijn taken geheel of gedeeltelijk over te
dragen aan één of meer personen waaronder tenminste één lid van de
jeugdcommissie van de LSB.
Artikel 7
De wedstrijden worden gespeeld volgens ''De regels van het schaakspel",
zoals vastgesteld door de Wereldschaakbond (FIDE) en zoals aangevuld door de
KNSB. Op de speellokatie dient een exemplaar van het FIDE-reglement en de
KNSB-aanvullingen daarop aanwezig te zijn, evenals een exemplaar van het
onderhavige reglement.
Artikel 8
Het speeltempo in beide categorieën wordt vastgesteld door de
wedstrijdleiding, afhankelijk van het aantal ingeschreven teams en het te volgen
indelingssysteem (halve competitie dan wel Zwitsers).
Artikel 9
Indien van één school in dezelfde categorie meerdere teams worden
ingeschreven dan zullen deze teams in de eerste ronden tegen elkaar moeten
spelen.
Artikel 10
De in het speelprogramma eerst genoemde teams spelen aan de oneven
genummerde borden met wit, aan de even genummerde borden met zwart.
Artikel 11
Voor een gewonnen partij wordt aan de winnaar één bordpunt toegekend.
Voor een remise-partij krijgt ieder van de spelers een half bordpunt.
Een verloren partij levert geen bordpunt op.
Aan het team, dat in een wedstrijd meer bordpunten behaalt dan de tegenpartij,
worden twee matchpunten toegekend; behalen beide teams evenveel bordpunten, dan
verkrijgen ze elk één matchpunt (gelijkspel). Een team dat minder bordpunten
heeft gescoord dan de tegenpartij, krijgt geen matchpunten.
Artikel 12
Winnaar van een categorie is het team dat het grootste aantal matchpunten
heeft behaald. Eindigen op grond hiervan twee of meerdere teams gelijk, dan
gelden voor het toekennen van de plaatsvolgorde achtereenvolgens de volgende
regels:
- het team dat het grootste aantal bordpunten heeft behaald.
- het team dat de onderlinge wedstrijd heeft gewonnen, c.q. het team dat de
beste score behaalde uit de onderlinge wedstrijden (bij gelijk-eindigen van
meer teams).
- het team met het beste resultaat uit de onderlinge wedstrijd(en) (grootste
aantal bordpunten) aan de eerste drie borden en zo vervolgens.
- als op grond van de criteria 1 t/m 3 geen winnaar kan worden aangewezen
dan beslist het lot.
Op dezelfde wijze wordt de verdere plaatsvolgorde vastgesteld.
Artikel 13
De jeugdcommissie is belast met de uitvoering van dit reglement en beslist
in alle geschillen en onvoorziene gevallen.
Artikel 14
Tegen elke beslissing van de wedstrijdleiding kunnen spelers, of hun
teamleiders, protest aantekenen. Dit protest dient zo spoedig mogelijk na deze
beslissing bij de wedstrijdleider te worden ingediend, maar uiterlijk voor de
eerstvolgende ronde. De wedstrijdleider doet, zo mogelijk in overleg met leden
van de jeugdcommissie, een uitspraak, waarna de wedstrijd wordt voortgezet.
Tegen de dan genomen beslissingen van de wedstrijdleider kan schriftelijk
bezwaar worden aangetekend bij de jeugdcommissie van de LSB; tegen de uitspraak
van deze commissie kan hoger beroep worden aangetekend bij de
geschillencommissie van de LSB.
Artikel 15
Dit reglement is vastgesteld door de algemene
ledenvergadering van de LSB in september 1996.